Ondernemer Martijn Arets ziet de mobiliteit sterk veranderen

‘De auto wordt een computer die toevallig van A naar B rijdt’

Hij typeert zichzelf als nieuwsgierig, praktisch, sociaal en positief kritisch. Martijn Arets (36 jaar) is ondernemer, maar geen gewone. Ondernemersmagazine Sprout riep hem in 2011 uit tot ‘beste ondernemer 2011’ Zijn boek Brand Expedition werd genomineerd voor de titel ‘ABN AMRO ondernemersboek 2011’. Hij is voortdurend op zoek naar nieuwe manieren van samenwerken en nieuwe business modellen.

Wat is jouw visie op de veranderende mobiliteit?

“De grootste uitdaging is het veranderen van het gedrag van mensen. De voordelen moeten voor hen opwegen tegen de nadelen. En het moet een betere oplossing bieden voor hun mobiliteit. Dat betekent een super mooie auto aanbieden. Of de kosten moeten lager worden, zodanig dat mensen dat ook echt voelen in hun portemonnee. De bijtelling en de belasting spelen daarbij een belangrijke rol. Dat is een plat argument, maar als je ziet hoeveel auto’s er in december op de valreep nog gekocht worden… Dat is niet normaal. Daarnaast is de sociale druk in de omgeving waarin men leeft een belangrijke factor om te kiezen voor elektrisch rijden.”

“Je moet mensen geen excuus in handen geven om het niet te doen. Zorg dus voor veel snelle laadstations. En breng mensen in contact met die auto’s, laat ze het zelf ervaren. Bewijs dat het kan. Zorg daarnaast voor tussenoplossingen. Ik kan mij voorstellen dat een leasemaatschappij zijn rijders voor bijzondere gelegenheden, bijvoorbeeld een vakantie, een benzineauto aanbiedt. Zodat de leaseautorijders het gevoel hebben dat er soort back up is.”

De auto-industrie is in beweging. Nieuwe aanbieders schudden de markt op.

“Dat klopt. Ik vind het bij elektrisch rijden interessant om te zien wat de verschillende aanpak is van de aanbieders. Nissan kwam met een enorm lelijke Leaf. Ik geloof niet dat elektrisch rijden slaagt als je je focust op duurzaamheid. Dan is je doelgroep misschien 1 procent. Je moet een betere oplossing bieden voor de automobilist of voor de wagenparkbeheerder. Tesla doet het interessant. Dat bedrijf komt direct met een auto die super sexy is. Iedereen wil die hebben. Het voordeel is ook nog eens dat de auto elektrisch is. Ze kwamen eerst met een topmodel, met een heel goede en mooie auto. Ze hebben het merk heel erg slim neergezet. Voor Nissan wordt het moeilijk om na de Leaf nog een sexy auto te creëren.”

De nieuwe ontwikkelingen vraagt veel van de auto-industrie. Is dat een voordeel voor nieuwe aanbieders als Tesla?

“In veel branches zie je bedrijven toetreden die je niet verwacht. Ook met een snelheid die we niet gewend zijn. Het gaat soms afschuwelijk hard. En ze betreden de markt op een manier die de oude bedrijven niet gewend zijn. Hun voordeel is dat ze geen last hebben van de mensen in de bedrijven die zeggen: ‘we doen het al jaren zo’. Ze hebben  geen last van belangen en dure gebouwen. En van een melkkoe die ze even willen uitmelken terwijl de afdeling Research & Development in een klein kantoortje ergens achteraf huist. Met een instelling van: we zien wel wat er uit komt. Die oude markt rijdt als het ware op diesel en het duurt even voordat ze op gang komen. En hun tempo is een stuk lager dan die van nieuwe ondernemingen.”

“Het valt mij op dat veel bestaande organisaties hun bezittingen als handicap definiëren zonder te kijken of ze daar iets mee kunnen. Ik vind dat hartstikke zonde: Ze hebben hiermee namelijk een unieke troef in handen. Ze kunnen gebruik maken van bestaande infrastructuren en daardoor nieuwe dingen ontwikkelen. Het vraagt alleen veel van de organisatie, het vraagt om een enorme draai. Kijk alleen maar naar leiderschap. Waarom worden specifieke leiders vaak gekozen? Puur omdat ze in staat zijn om iets wat al staat uit te kunnen bouwen. Ze worden niet benoemd omdat ze zeggen: we gaan 180 graden die kant op. Met alle risico’s van dien. En als er al zo’n leider op die plek zit, ik heb ze ontmoet, dan lukt het ze vaak niet om de rest van organisatie mee te krijgen. Want de aandeelhouders kijken alleen naar hun belangen op de korte termijn. Dus in de top van een organisatie moet je enorm veel veranderen. Bij de auto-industrie begint dat nu te komen omdat de urgentie heel duidelijk is. Iedereen ziet dat we naar elektrische en zelfrijdende auto’s gaan. De vraag is alleen op welke manier en op welke termijn. De wijze waarop wij nu met mobiliteit omgaan is heel inefficiënt en duur. Een auto kost tussen de 600 en 800 per maand. Dat is voor mij en de meeste mensen een hoop geld.”

Niet efficiënt?

“Ja, mensen zijn helemaal geen efficiënte wezens Ik heb bijvoorbeeld een Volvo V70, een mooie schuur op wielen. Ik heb twee kinderen, daardoor vaak een hoop zooi in de auto. Echter, 9 van de 10 keer rijd ik in mijn eentje in die auto. Dat is zonde. En als wij op vakantie gaan dan is de auto te klein. Dan moet er een dakkoffer bovenop. Dus uiteindelijk koop je een auto voor voornamelijk voor de ene keer dat je de maximale capaciteit wilt benutten. Als de zon schijnt wil ik een cabrio en als ik in mijn eentje rijd, is een Smart ook prima.”

Heb je daar een oplossing voor?

“Van mij mogen zelfrijdende auto’s voor komen rijden. Ik bestel ‘m dan via een taxi-achtig Uber concept. Afhankelijk van mijn behoefte op dat moment. Het is niet meer dan logisch dat dit er uiteindelijk gaat komen. We gaan de auto niet meer zien als product maar als dienst. Op dit moment wil ik nog zelf een auto hebben vanwege mijn jonge kinderen. Als ze iets ouder zijn dan ga ik op zoek naar andere oplossingen zoals een zelfrijdende auto of meerijden via een meeliftservice als blablacar,”

“Zeker voor de langere afstanden komen die oplossingen in zicht omdat de drempel voor kortere afstanden relatief hoog is. Het is een gedoe als je bijvoorbeeld van Utrecht naar Leiden iemand wilt meenemen. Je moet zelf veel regelen. Dat wil je niet. Als er een automatische koppeling tussen de agenda van de rijder en de passagier komt dan is de drempel veel lager. Dan krijg je alleen de vraag of je iemand wilt meenemen.”

“De match voor langere afstanden wordt nu nog om praktische redenen gemaakt. Iemand moet van A naar B. Dat is een arme vorm van verbinding maken. Als er meer mensen meedoen aan dit soort initiatieven dan kun je interessantere verbindingen maken. Bijvoorbeeld tussen mensen met dezelfde interesses. Of via andere betaalmethoden. Je kunt daarbij denken aan een Spaans sprekende passagier die als tegenprestatie de chauffeur Spaans leert onderweg. Dan voeg je waarde toe en maak je het voor mensen interessanter.”

Waar staan we over 10 jaar?

“De auto is over 10 jaar meer dan een auto. Vergelijk het met een mobiel. Ik bel er tegenwoordig amper mee. Maar doe er wel veel mee. Ik denk dat de auto meer een computer wordt die toevallig van A naar B rijdt. Dan hoef je niet meer na te denken over dingen als tanken. Dat lost de auto voor jou op. De auto’s worden veel slimmer en uiteindelijk worden ze zelfrijdend. Dan worden het autonome entiteiten. Maar dat zal pas over een jaar of 25 zijn.”

up
0 users have voted.

No comments