“Iedereen mag denken en zeggen wat-ie wil, maar over de toekomst van autorijden en energie bestaat helemaal geen twijfel meer.” Futuroloog Wim de Ridder is stellig in zijn uitspraak. “2025 zie ik als een eindpunt in een omslag die al lang geleden is begonnen. Er is veel discussie over ‘welke richting het op moet’ en in welke duurzame technologie we moeten investeren om onze zorgvuldig gekozen duurzame doelstellingen te behalen. Terwijl de richting al lang en breed vast ligt. In 2025 is de zelfrijdende auto verplicht, hebben we een overschot aan (zonne-)energie in plaats van een tekort én rijden we allemaal elektrisch. In welke vorm dan ook. We voeren nu op allerlei niveaus –ook politiek- discussies die binnen nu en tien jaar van de politieke agenda af zijn.”

Wim de Ridder

Om te beginnen de zelfrijdende auto dan.

“Je kunt niet tegenhouden wat al in gang gezet is. Er ligt zoveel prachtige technologie op de plank. De zelfrijdende auto komt er, dat is duidelijk. Zelfs voor mensen die er nu nog niet aan willen. In 2025 mág je niet eens meer zelf sturen. Het vervoer van nu is onveilig. Je gaat toch geen mensen meer doodrijden als dat helemaal niet meer hoeft? Je kunt nu eigenlijk nog twee soorten onderscheiden: de autistische zelfrijdende auto heeft een sensor die alles registreert en waarmee de auto dus voor alles stopt. Dan kunnen er geen ongelukken gebeuren, maar dat is tegelijkertijd de zwakte van het systeem: de auto stopt steeds. De tweede is een interactieve vorm waarbij weggebruikers elkaars sensoren lezen en zodoende rekening houden met ander verkeer. Als die techniek is uitgewerkt is er geen stoppen meer aan.”

Hoe ziet de ethische kant er dan uit?

“De auto gaat zelf beslissingen nemen over veiligheid en efficiency. De ethische kant daarvan is een proces waarbij we momenteel  proefondervindelijk moeten ervaren wat de juiste stappen zijn.  De technologie is er al. Nu nog finetunen, maar dat is een kwestie van mindset. Om aan te geven dat je op een heel andere manier naar de ontwikkelingen moet kijken: ook de consequenties voor de manier waarop je verzekerd bent doemen daarbij op. Straks accepteert de autofabrikant de aansprakelijkheid voor als er iets mis gaat, en ben jij zelf als bestuurder niet meer verzekerd tegen schade en letsel. Dat zijn voorwaarden die moeten worden uitgewerkt om draagvlak te krijgen. Doe je dat goed, dan kun je naar snelverkeer. Dan heb je uiteindelijk meer vervoer, maar met veel minder voertuigen.”

Allemaal elektrisch?

“Zeker. Liefhebbers van het geluid van motoren op fossiele brandstoffen mogen straks op een gesloten circuit hun hobby beoefenen. En alternatieven? Waterstof? Rijdende bom. Gevaarlijk en ook nog eens veel te duur. Biobrandstof? Ook te duur uiteindelijk. Energie kost over een paar jaar vrijwel niets meer. Kun je je dat voorstellen? Dan ziet het landschap er echt heel anders uit. Het meeste vervoer heeft dan nog gewoon vier wielen, maar er is meer mogelijk. Er gaat een wereld open aan mogelijkheden, als we er maar anders naar kijken. De Hyperloop bijvoorbeeld, de supersnelle trein van Tesla’s Elon Musk, verwacht over vijf jaar een vacuümbuis van Wenen naar Bratislava aan te leggen. Zijn trein rijdt 1000 km per uur, energiezuinig. De HSL kan er niet tegenop. Hoe dan ook, de processen naar andere mobiliteit en een andere infrastructuur zijn volop aan de gang.” 

Wie regisseert die processen dan?

“Dat lijkt een soort zelf ontwikkelend proces dat geïnitieerd wordt vanaf de ‘werkvloer’. Niet de gevestigde  wereldbedrijven ontwikkelen de nieuwe technologie waar de wereld beter van wordt, maar veelal nieuwkomers die een nieuwe aanpak hebben. Het probleem is veel meer: we hebben geen nationale roadmap over hoe de energievoorziening en de infrastructuur er uit zouden moeten zien. We willen blijkbaar niet weten hoe de toekomst er uitziet. De politiek al helemaal niet: maatregelen die worden genomen zijn een compromis tussen alle betrokken partijen die hun eigen agendapunten inbrengen.”

Worden de ontwikkelingen tegengehouden?

“Deels. Iedereen is bezig de eigen positie te verdedigen. De olie-industrie heeft geen behoefte zich te conformeren. Dat is uiteraard vanwege commerciële belangen, maar ook omdat de mens psychologisch de neiging heeft vast te houden aan herkenbare patronen.  Wie decennia lang energie uit de grond heeft gehaald, kan niet geloven dat de zon de belangrijkste energiebron wordt. De olie-industrie houdt niet op te bestaan, maar gaat wel drastisch veranderen. Energievoorziening is straks helemaal niet meer de primaire functie van de olie-industrie. Hun activiteiten verschuiven naar de composietenmarkt. Olie is dan de grondstof voor de composiete materialen die als grondstof fungeren voor 3D printers. Daarmee print je straks gewoon je eigen huis. En je eigen auto. Er hoeven alleen nog maar een elektromotor en een chip in te worden gezet.”

En de auto-industrie dan?

“De grote merken in de auto-industrie doen het nu voorkomen alsof ze een voortrekkersrol blijven spelen in de wereldeconomie. Het is anders: ze hebben mondiaal altijd tot de belangrijkste economische spelers behoord, maar ze zijn voorbijgestreefd door IT-bedrijven als Google en Apple, die zelf plannen hebben om auto’s te produceren. De wereld verandert, maar de gevestigde orde geeft tegenkracht. Welbeschouwd zijn er drie groepen: ten eerste de bestaande bedrijven met een groot economisch belang in olie en bestaande technologie. Aan de andere kant van het spectrum de milieufreaks, die sowieso op verandering uit zijn. Daar tussenin zit de grootste groep; mensen die gewoon realistisch kijken naar de kosten. En uiteindelijk kiezen voor de goedkoopste oplossing.”

Welke rol spelen de milieudoelstellingen van de overheid?

“De duurzaamheidsdiscussie zou je de grootste rem op de ontwikkeling  kunnen noemen. De politiek kijkt bijvoorbeeld naar 2050 om allerlei ‘belangrijke’ duurzaamheidsvoorwaarden en –doelen vast te leggen. Wat een onzin. In 2030 bestaat het energieprobleem niet meer. Dan hebben we meer energie dan we kunnen opmaken. In 2025 rijdt iedereen in autonome, elektrisch aangedreven voertuigen. Energie is straks gratis en ook de opslagcapaciteit is geen probleem.  Met de verbeterde actieradius vormt de infrastructuur zich vanzelf naar de behoefte die over een paar jaar ontstaat.” 

Hoeven we nu dus niet te investeren in dure laadpalen?

“Ben je gek? Investeren in dure laadpalen die korte tijd later overbodig zijn? Dat is bijvoorbeeld hetzelfde als investeren in windmolens op zee. Totale gekte. Waarom zou je investeren in technologie die bij voorbaat al kansloos is? Die discussie bestaat over een paar jaar niet meer. Straks laadt iedereen op bij powerlaadstations. In drie à vier minuten heb je een volle tank. Tesla verwacht dat je over een paar jaar met een elektrische auto 1.000 kilometer op een volle batterij kunt rijden.”

Dan moet opslag van energie dus optimaal zijn?

“Daar zijn de ontwikkelingen al lang duidelijk. Een van de wetenschappelijke ontwikkelingen op dit gebied is de hype van het moment: grafeen. Dat is materiaal op basis van een koolstofverbinding op atomair niveau; momenteel één van de sterkste beschikbare materialen. Niet alleen 200 keer beter bestand tegen breken dan staal, maar ook nog eens een van de snelste halfgeleiders (ca. honderd keer sneller dan silicium). Het vergroten van de opslagcapaciteit met dergelijke technologie is de ontwikkeling die bij wijze van spreken morgen al het landschap van de toekomst bepaalt. Ook voor wat betreft mobiliteit.”  

Zijn er volgens jou een positief en een negatief scenario denkbaar?

“Nee. Alleen maar een positief scenario. Het kan helemaal niet mis gaan. De ontwikkelingen zijn in gang gezet. Ze zijn er al en ze zijn niet te stoppen. Zelfs niet door diegenen die bewust tegenwerken of er gewoon –nog- niet in geloven. Geef het natuurlijke proces, kleine initiatieven, grootschalige projecten en nieuwe technologie de ruimte en er komen prachtige, uitdagende oplossingen. De discussie over het energievraagstuk kost nu nog de meeste energie.”   

Wim de Ridder geeft als directeur van Futures Studies & Management Consultancy leiding aan strategische verkenningen in de digitale wereld. Hij was van 2003 - 2015 hoogleraar Toekomstonderzoek aan de Universiteit Twente. Zijn laatste boek ‘Metamorfose, de nieuwe welvaart’ verscheen in maart 2016 bij Vakmedianet.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen