Roeland Hogt is docent Automotive aan de Hogeschool Rotterdam en regisseur van de Community of Practice Future Mobility bij RDM Centre of Expertise. Net als bij de HAN, waarover we eerder al schreven, wordt ook op de Rotterdamse Automotive opleiding op verschillende manieren aandacht besteed aan duurzame motoren. “We doen al jaren projecten die laten zien dat duurzame mobiliteit steeds serieuzer wordt. Waar bepaalde technologie tien tot twaalf jaar geleden alleen nog maar op papier bestond, passen we die technieken nu ook echt toe. Tegelijkertijd realiseren we ons steeds meer dat duurzame mobiliteit een combinatie van factoren is. Technologie, maar ook maatschappelijk draagvlak, infrastructuur en commerciële levensvatbaarheid.”

Roeland Hogt   

“Waar je vroeger ver vooruit moest denken om te anticiperen op technologische ontwikkelingen, moet je nu vaststellen dat die ontwikkelingen veel sneller gaan. De nieuwste ontwikkeling kan er morgen al zijn, in plaats van over 10-15 jaar. Of is er zelfs vandaag eigenlijk al. Met projecten die niet alleen technisch van aard zijn, maar ook andere dimensies van mobiliteit belichten bereiden we onze studenten voor als de automotive engineers van de toekomst. We geven ze mee dat ze probleemoplossers zijn die verder kijken en begrijpen dat elke technische oplossing past in een complex plaatje waarin mobiliteit nog slimmer, schoner, goedkoper en efficiënter moet. 'Compleet voertuig denken' noemen we dat. Naast techniek zijn aspecten als infrastructuur, logistiek en procesmanagement belangrijk in toekomstige mobiliteit.”

Welke projecten spelen een rol?

“We hebben verschillende projecten waarin multidisciplinaire studententeams vanuit diverse opleidingen werken aan projecten binnen de Community of Practice waarvan ik één van de regisseurs ben: Future Mobility. In het kader van het project ‘Second Life Vehicle’ bouwen studenten bijvoorbeeld een klassieke Citroën HY-bus om tot een elektrische foodtruck. Ook deelname aan de Europese Ecomarathon in twee klassen behoort tot onze activiteiten. Of de uitwerking van een functioneel en technisch concept voor lichte elektrische vrachtvoertuigen. Bredere projecten, zoals ‘United Mobility’, zijn een stap in de richting van meer samenwerking en een bredere aanpak van mobiliteit in de toekomst.”

Second Life Vehicle

Wat versta je binnen dat kader onder een ‘bredere aanpak’?

“We geven studenten alle ruimte voor experimenten, en zorgen er tegelijkertijd voor dat ze de handvaten krijgen om technologie en functionaliteit ook in praktische zin bij elkaar te brengen. We kiezen een multidisciplinaire aanpak, waarbij we alle facetten van toekomstige mobiliteit aandacht geven. Een voorbeeld van infrastructuur is de ‘modulaire parkeergarage’ die studenten hebben ontwikkeld in het kader van United Mobility. Het is een parkeerfaciliteit die aansluit bij de veranderende mobiliteitsbehoefte in de stad. Het is in ons onderwijsaanbod actueel om verschillende inzichten en praktische toepassingsgebieden met elkaar te verbinden.”

Betekent dat ook: contacten leggen met het bedrijfsleven?

“Ik vind het essentieel dat we niet alleen de nieuwste generatie ópleiden, maar ook dat we generaties verbinden: studenten staan open voor de toekomst. En ze hebben nog geen achteruitkijkspiegel; dat betekent dat ze de ideeën hebben, maar niet vastzitten aan oude concepten en verdienmodellen. Uiteraard ontbreekt nog de ervaring. Daarom koppelen we in het kader van United Mobility onder meer de ideeënrijke studenten aan ervaren specialisten uit het bedrijfsleven. Nieuwe technologie en nieuwe concepten bedenken is één ding: draagvlak en de mogelijkheden om nieuwe initiatieven ook een commerciële basis te geven zijn enorm belangrijk.” 

Welke concrete ontwikkelingen zie je momenteel?

“Jonge mensen bedenken nu al de oplossingen van morgen en dat moet ook. Zij creëren hun eigen toekomstige mobiliteit en zetten zo stappen om de leefbaarheid van de aarde voor de volgende generaties te borgen. De eerste fundamentele veranderingen zijn er al. Dat de binnenstad elektrisch wordt is wel duidelijk. De steden gaan dicht voor fossiele brandstoffen. Die ontwikkeling is al in gang gezet en veel utiliteitsvervoer is al elektrisch. Daarnaast zullen er ook voor vrachtvervoer en personenvervoer op langere afstanden  alternatieven komen.”

Welke aandrijfvorm heeft de toekomst?

 “Er zijn verschillende ontwikkelingen die hard gaan op het moment. En ze lopen parallel. Waar dergelijke ontwikkelingen jaren geleden bijna alleen nog maar op papier bestonden, worden ze tegenwoordig in de praktijk gebracht. Veel innovaties zijn concreet gemaakt, maar staan in de kinderschoenen. Elektrische motoren, brandstofcellen, biobrandstof… Er zal nooit één winnaar zijn. We gaan niet allemaal elektrisch rijden, of alleen maar brandstofcellen gebruiken. De totale mobiliteit gaat veranderen, en daarin is alle ruimte voor een grote verscheidenheid aan ontwikkelingen, initiatieven en kansen.”

Hoe ontwikkelen de verbrandingsmotoren zich?

“De ontwikkeling in motoren draait om een paar thema’s die het rendement moeten verhogen. ‘Downsizing’ is het verminderen van de omvang en de wrijving, zodat een motor steeds compacter wordt en toch steeds meer vermogen levert. Tegelijkertijd  wordt het verbrandingsproces steeds beter, zuiniger en schoner. Dat zal, in combinatie met bijvoorbeeld biobrandstoffen, het bestaansrecht van de verbrandingsmotor in stand houden. ”

En elektrisch rijden?

Ook elektrisch rijden is een belangrijke vorm van mobiliteit in de toekomst. Bij ons is elektrische aandrijving vanaf het tweede studiejaar opgenomen in het curriculum. Ze krijgen in projecten de mogelijkheden om zelf elektrische voertuigen te ontwerpen en ontwikkelen.  Een gebrek aan energie zal nooit het probleem zijn. Het nadeel van elektrisch rijden is nog steeds de energiedrager; die is groot en zwaar. Daar zal een antwoord op moeten komen om elektrisch rijden dichterbij te brengen. Eén van de antwoorden is dat de prijs steeds verder omlaag gaat. En de prijs zal voor de meesten uiteindelijk toch altijd leidend zijn bij de keuzes die worden gemaakt.”

Zijn studenten autotechniek niet méér van de ‘ronkende motoren’?

“Dat is ergens wel een soort spagaat. We hebben studenten zelf letterlijk gevraagd: hoe zien jullie zelf de toekomst van automobiliteit? Welke aspecten vinden jullie belangrijk? Dan scoren ‘sportwagens’ natuurlijk hoog, zeker in de eerste twee jaar van de studie. Prestaties. Maar dan toch wel met de innovatieve mogelijkheden van nu. Tesla is een goed voorbeeld van moderne, duurzame technologie die ook nog eens ongekende prestaties levert. Dat spreekt aan. Daarnaast: uit onderzoek blijkt, dat sportiviteit pas in de tweede helft van het lijstje argumenten staat waarom mensen een bepaalde auto kiezen. Veiligheid en functionaliteit komen dan toch eerst. Naast prijs, uiteraard.”

Hoe zie de je toekomst?

“Ik ben optimistisch. De auto-industrie heeft commerciële belangen die leidend zijn, maar ook daarin doemt een verschuiving op. Duurzaamheid is hét centrale thema. Grote automerken komen met elektrische auto’s en technologie rond brandstofcellen. Maar ook in de auto-industrie is het model aan het veranderen. Er heerst steeds meer het idee dat autofabrikanten in de toekomst niet zozeer voertuigen verkopen, maar kilometers; mobiliteit in welke vorm dan ook. Er komen steeds meer vormen van lease en de verkoop neemt af. De nieuwe generatie is niet meer automatisch bezitter van een auto, maar bezitter van flexibele, duurzame mogelijkheden voor mobiliteit.”

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen