Wordt waterstof de brandstof van de toekomst? Daar kun je eindeloos over nadenken, maar je kunt ook gewoon gaan doen. Toyota is ruim twintig jaar geleden begonnen met het ontwikkelen van een waterstofauto. Sinds de zomer van 2016 is de Mirai beschikbaar voor de Nederlandse markt. Er zijn er slechts een handjevol van verkocht. Dat ligt beslist niet aan het enthousiasme en de passie van de importeur. Ik reed een dag in de auto van de toekomst en doe daarvan verslag.

Brandstofcel

De Mirai wordt aangedreven door energie die wordt opgewekt in een brandstofcel. Deze zet zuurstof en waterstof, afkomstig uit twee carbonfiber waterstoftanks, om in elektriciteit en water. De opgewekte stroom gaat naar de elektromotor. De Mirai is ook voorzien van een accu. De accu kan zonodig extra stroom leveren indien daarom wordt gevraagd. De accu dient ook om geregenereerde energie (‘afremmen op de motor’) op te slaan.

Het parcours

Normaliter test ik elektrische auto’s volgens een vast rondje van ongeveer 320 kilometer: de Grote Mobiliteitstest. In dit geval leverde dat praktische problemen op: de Mirai stond klaar in Raamsdonksveer bij Toyota-importeur Louwman & Parqui. Er zijn op dit moment slechts twee stations waar je waterstof kunt tanken: één in Rhoon (bij Rotterdam) en één op de Automotive Campus in Helmond. Bij de start van onze test gaf de boordcomputer aan dat het bereik van net iets meer dan 300 kilometer was. De tank was niet helemaal vol.

Ik koos daarom voor een aangepast rijparcours: een flink stuk snelweg om vervolgens via binnendoorwegen weer terug naar Raamsdonksveer te rijden.

De auto – exterieur

De Mirai is de grootste Toyota personenauto die in Nederland op de markt is: hij is bijna 5 meter lang (4.890 mm) en 1.815 mm breed. Toch oogt hij in levende lijve slank. Dat heeft te maken met zijn hoogte en zijn verhoudingsgewijs kleine wielen (waarvan de wielmaat toch echt 17 inch is).

De Mirai is tegelijkertijd zowel een opvallende als een onopvallende verschijning. Aan de voorkant vallen de enorme luchthappers op. Die zijn noodzakelijk om de brandstofcel van voldoende zuurstof te voorzien. Verder vallen de rondingen aan de zijkant op. De carrosserie mag je gerust sculpturaal noemen: de vele bollingen en rondingen creëren een mooi lichtspel van glans en weerspiegeling. Tegelijkertijd blijkt de Mirai geen koppendraaier. Voor een autogek als ondergetekende is dat verbazingwekkend: hoeveel waterstofauto’s zijn er nu in Nederland?!

Wie de tijd neemt om het exterieur beter te bekijken ontdekt tal van mooie details. Om dit samen te vatten: het ontwerp getuigt van een ingetogen uitbundigheid. De reacties van de mensen in mijn directe omgeving blijken sterk zwart-wit: men vindt hem mooi, of men vindt hem niet mooi.

De auto – interieur

Persoonlijk vind ik het interieur belangrijker dan het exterieur. Als gebruiker is dat de kant waar je het meest tegenaan kijkt. Ik vind het interieur zeer geslaagd: het lijnenspel van de buitenkant wordt aan de binnenkant op wonderlijke wijze doorgezet. De stoelen zijn prachtig ontwerpen en dito afgewerkt. Dat effect wordt benadrukt door de two-tone kleurstelling (helaas niet op bijgaande foto's) die ook in het dashboard is doorgevoerd.

Ook op het dashboard vind je een lijnenspel dat niet snel verveelt en waar de liefhebber steeds meer details in ontdekt. De middenconsole is van een zwart glimmend materiaal. Centraal daarin staat een scherm met de temperatuurinstelling. De zijkanten blijken touchpads te zijn, waarmee je door er overheen te strijken de temperatuur kunt instellen. Origineel gevonden en het blijkt ook prima te werken.

Het interieur ademt luxe en het hoge niveau van afwerking van alle verschillende materialen verraadt de passie waarmee deze auto is gebouwd. Een kleine dissonant is het stuurwiel. Dat is een bekend ontwerp dat ook in andere Toyota’s is toegepast. Naar mijn smaak verdient de Mirai een eigen stuurwiel dat beter past bij de rest van het interieur.

Een mens wordt beïnvloed door zijn omgeving. Zo is het in de Mirai ook. Wie hiermee rijdt komt tot rust en beseft dat hij of zij bevoorrecht is. De auto neemt taken van je over: je hoeft niet meer te schakelen, je krijgt ondersteuning van de Blind Spot Monitor (signaallichten in de spiegels) en de adaptieve cruise control regelt je snelheid. Dat gebeurt in een haast serene rust. De Mirai is een butler die aan een kleine wenk voldoende heeft om je gedienstig toe te snellen.

De zit

Had ik al gezegd dat ik de stoelen prachtig vind? Zo zitten ze ook. Op het moment dat je de grote Power-knop indrukt schuift het stuurwiel naar de bestuurdersstoel toe. Dat is even wennen. En als je de auto uitschakelt, gaan stuur en stoel weer in hun uiterste stand. Op die manier kun je gemakkelijk in- en uitstappen. Het is even wennen, maar je stapt dan ook echt super makkelijk in en uit.

De stoelen zijn volledig elektrisch te verstellen. Met een elektrisch bedienbare pomp kun je kussens in de stoel op- of uitblazen zodat je de perfecte zit kunt vinden. Ook hier ben ik lovend: pas in bochten merk je aan de extra druk in je zij dat je in een hele goede kuipstoel zit. Netjes!

Het stuurwiel is elektrisch verstelbaar. Persoonlijk (ik ben 1.92m) zou ik willen dat ik dichterbij kon stellen. Mijn lengte maakt ook iets anders duidelijk: de stoelen zijn bovenop de brandstofcel geplaatst. Hoewel je prettig hoog zit, raakt mijn kruin de dakhemel als ik rechtop zit. Ik kan niet anders dan de rugleuning verder achterover te zetten voor een prettige zit. Dit is overigens niet onoverkomelijk.

De achterbank is een volgende verrassing: eigenlijk zijn het twee aparte fauteuils, die verbonden zijn door een dikke armleuning (met ingebouwd opbergvak). En o zo prettig: van elke stoel kun je de stoelverwarming zelf bedienen! Heb je de pech dat je een lange passagier voorin hebt, dan zullen je knieën naast de voorstoel komen. Op die positie heeft die knie echter verminderde bewegingsvrijheid doordat de handgreep in het portier ver doorloopt.

Het rijden

De Toyota Mirai is ontworpen als een zakensedan. Dan wil je ruimte, comfort en voldoende snel op kunnen schieten. Er is ruimte voor 4 personen. Rijgeluiden worden goed gedempt. Door het ontbreken van motorgeluiden valt het geluid van banden en rijwind wat meer op, maar nooit storend. Wat ook opvalt is het geluid van het standaard aanwezige JBL audiosysteem. 11 speakers spannen zich voor je in om je optimaal van je muziek te laten genieten. Een ingebouwde demo app legt uit hoe dat werkt.

Via Bluetooth kun je eenvoudig je telefoon en daarmee je favoriete muziek koppelen. Ook de belfunctie is niet vergeten: het 7 inch touchscreen toont in een helder overzicht je laatste telefoontjes, je adressenboek en SMS-berichten.

Een opvallend kenmerk is de bediening van de cruisecontrol. Deze is bevestigd aan het stuurwiel en draait dus mee. Ik had hem liever op de spaken van het stuur gehad: de drukknoppen die daar zitten heb ik weinig gebruikt. In plaats daarvan bediende ik rechtstreeks het grote touchscreen.

Een ander aspect waar ik minder van gecharmeerd ben is de werking van de parkeerrem. Die is op zijn Amerikaans als een pedaal links vooronder tegen het spatbord geplaatst. Automatisch uitschakelen is er niet bij. Dan toch liever een elektrische schakelaar op de middenconsole, daar is nog plek zat.

Afremmen op de motor gaat geleidelijk aan. Wie bijvoorbeeld het one-pedal-drive van Tesla of BMW i3 gewend is, verwacht een sterkere manier van regenereren. Ook bij stilstand en ingeschakelde versnelling (verkeerslicht) dient de voet op de rem te worden gehouden. Anders kruipt de auto, zoals dat heet. Voor wie veel ervaring heeft met elektrisch rijden is dit wennen. Voor wie vanuit een ‘fossiele’ auto stapt, is dit juist wat je gewend bent. En dat sluit aan bij de visie van Toyota: een grote verandering gaat met heel veel kleine stapjes.

Een Toyota Mirai brengt 1.850 kilo' op de weegschaal. Dat heeft invloed op de remmen, de vering en de besturing. Alles is zo afgesteld dat enkel wie goed oplet merkt dat er een flinke massa van snelheid of richting wordt verplaatst. De snelweg is het domein bij uitstek van de Mirai. Bij stadsverkeer, binnenwegen, verkeersdrempels en rotondes merk je de keuze voor comfort. Oneffenheden wordt goed en geleidelijk gedempt. Het welbevinden van de passagiers staat op de eerste plaats. Daarbij beweegt de Mirai zich vlot door het verkeer, ook in de rechts-links-rechts-combinaties op rotondes. Ook de onderstelingenieurs hebben puik werk geleverd.

De Mirai sprint in 9,6 tellen naar de honderd kilometer per uur en kent een topsnelheid van 178 km/h. Ik heb beide waarden niet geverifieerd. Wel kan ik melden dat met de Power-modus ingeschakeld er een ferme ‘duw in de rug’ is. En dat de Mirai ook vlot doortrekt tot de landelijke maximum snelheid.

Actieradius

Een Mirai met een volle tank kan 550 kilometer afleggen (NEDC). Bij ons vertrek (kilometerstand 11597) gaf de boordcomputer een bereik van 301 kilometer aan. Na een uur over de snelweg stond de teller op 11680 kilometer en een restbereik van 218 km. Aan het eind van de testrit stond de teller op 11788 en een bereik van 106 km.

Dat leert me het volgende: ofwel is de boordcomputer heel accuraat, ofwel heb ik een hele gemiddelde rijstijl. Bij het controleren van de dagrapporten blijk ik met een gemiddeld verbruik van 1,2 kilogram per 100 kilometer inderdaad een gemiddelde rijstijl te hebben.

Op basis van mijn testervaringen lijkt een praktijkbereik van 400 kilometer lijkt me moeiteloos haalbaar met de Mirai.

Conclusies

De Mirai is een auto die zich voor je inneemt. Hij is goed doordacht en doet wat ie voor je moet doen. Feitelijk combineert hij voor de gebruiker het beste van twee werelden: het rijcomfort van de elektromotor en de tanksnelheid van waterstof.

Om dat mogelijk te maken is er een hoop extra techniek aan boord en dat moet ergens blijven. De brandstofcel zit onder de voorstoelen, onder de achterbank is een waterstoftank weggewerkt. De kofferruimte heeft in moeten boeten voor een tweede waterstoftank plus een accupakket.

De Mirai rijdt als een heerlijke zakensedan en dat is precies waarvoor hij is bedoeld.

De toekomst

Mirai betekent in het Japans ‘toekomst’. En hoe die toekomst van waterstof er uit ziet is nog ongewis. De Nederlandse overheid heeft als doelstelling om in 2020 twintig waterstofstations operationeel te hebben. Op dit moment zijn dat er twee en is een derde in aantocht.

Wie op Europese schaal kijkt, ziet dat er al een flink netwerk van waterstofstations is: er is een concentratie in Scandinavië, rond de Alpen en in Engeland. Recent is ook een samenwerking aangekondigd tussen onder andere Toyota en Shell. Samen met elf andere partners investeren zij de komende vijf jaar tien miljard euro in de ontwikkeling van waterstof.

De discussie die in Nederland veel gevoerd wordt gaat over het rendement van waterstof. Dat rendement is inderdaad beperkt; voor het genereren van waterstof is veel energie nodig. Waterstof heeft echter een ander voordeel: het maakt langdurige opslaan van energie mogelijk.

Een auto met brandstofcel is feitelijk een rijdende energiecentrale. Hou dat beeld voor ogen en fantaseer dan eens over de toekomst. Toyota heeft pionierswerk verricht. De Mirai is een uitstekende butler. Voor de toekomst mag je meer moois verwachten.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen